Welkom op het Hoogend.

Zoek

Ga naar de inhoudsopgave

10 Stadssleutelen.

Verhalen

Stadssleutels.


Nog eens, en wel in den nacht van 17 May 1717, is het voorgekomen, dat een deel der stadssleutelen van de wacht zijn gekaapt door een paar biezen. Wij vinden dit als volgt geboekt. De adsistent Sipke Freerks ging dien nacht met ander wachtvolk naar 't Hoogend om een sluitinge der poorten te doen, latende de 40-jarige Foeke Haukes, schoenmaker, en de 55-jarige Stoffel Gerrits, piepebakker, met hun beiden achter op de stads wage. Ze worden genoemd adelborsten van 't Grootsandsterquartier. Tusschen 11 en 12 uur was de adsistent met zijn manschappen heengegaan om te sluiten en een oogenblik na hun vertrek werd er aangeklopt door twee personen, Bouwe en Alof geheeten, die verzochten „een piep toeback te mogen smooken". Dit werd hun toegestaan, en ze kregen ook nog een dronk bier: gelijk we haar als burgerkienders gegund hebben, verklaart de goede Stoffel, die, evenals zijn medewacht, de schoenmaker, zeer veraltreerd was, toen hij bemerkte, dat met de gasten ook de stadssleutelen waren verdwenen. De beide mannen wisten geen raad en „so er weder een sluytinge gedaan moeste worden toen de adsistent met zijn manschappen van de eerste sluitinge was teruggekeerd, stonden ze gansch verlegen. Ze vertelden hoe zich de zaak had toegedragen en wie de schuldigen moesten zijn. Direct werden deze opgespoord, doch zij ontkenden ten sterkste, schuldig te zijn. Eindelijk met klem van redenen en onder scherpe bedreiging in 't nauw gebracht, gaven ze aarzelend toe, de sleutels te hebben weggenomen. Ze wilden die toen teruggeven, doch de wachters weigerden, die in ontvangst te nemen en maakten rapport op van het gebeurde, zoodat de beide „burgermanskienders" voor den rechter werden geroepen, evenals de schoenmaker en de piepebakker. Allen zullen allicht met een boete zijn vrijgekomen, hoewel het later meermalen is gebeurd, dat ontrouwe wachters, wegens plichtverzuim in dienst, met eenige dagen op water en brood werden gestraft. Adsistenten in vasten dienst ziet men dan tevens uit hun ambt ontzet. Den 80 May 1715 had te Sneek de 'begrafenis plaats van Wybe Johannes, in leven brouwer. Zijne brauwerij heette „Het Klaverblad" Bij de beaardiging waren annex geweest Albert Tiemens, mr. besemmaker, Ate Alberts, turfdrager, Ate Aatsma, doodgraver en Johannes Aukes, en deze begaven zich na afloop der plechtigheid naar de herberg bij de Bokkenpiep op de Wortelmarkt. Zij consumeerden aldaar een verndel bier 't welk zij verdiend hadden over 't naluid van Wybe Johannes. De vrouwen daar present, hebben doe elk een stuiver gaargeschoten om koek te koopen en doe werd er wat gekgejaagd Aatsma, de doodgraver, pakte stilletjes de halve koek weg van Hinke Gerrolts, doch van stoeien kwam het tot vechten, en Hinke werd zoo ernstig verwond, dat de chirurgijn mr. Temminck er bij te pas moest komen en de doodgraver voor den rechter werd geroepen. Hij zal wel met een boete zijn vrijgekomen, Bizonder is wat den l Oct. 1700 te Sneek geschiedde, 't Was op een Dinsdag dat de Presideerende Burgemeester Edo Frieswyck met de Bouwmeesters Hans Bouwes Haagsma en Yke Teakes Mollema, vergezeld van den Bode Petrus Zylstra, de gansche stad doorpasseerende over 't werk van de lantarens en over het visiteeren van derzelver palen volgens stadsstijl van dien tijd gekomen waren van 't Cleynzand door de steeg van Bouwmeester Boorsma op de Oosterdyck en aldaar gezien hebben Wibrandus Nykerck Praedicant te Oppenhuizen, die toen de Heeren der stad hem passeerden met zijn eene hand na syn hoed taste alsof hy de Heeren der stad wilde groeten, doch het bleek contrarie, want hy taste slechts na syn hoed zonder deselve te bewegen of in het minst te ligten en af te nemen, als wanneer welgedachte Heeren in 't minste haar beweegden om hare hoeden te ligten, veel min op eenigerhande maniere hem te groeten, als wanneer voornoemde Praedikant Nykerck, stuitvoetende en zich eenige malen omkeerende en geluyt gevende, vele menschen rondom zig verzamelde seggende, naar de Heeren der stad wijzende: daer staen ze te speculeere, wat hebbe ze speculatie op my, wat bruyt m ij die Heeren wat bruyt my Frieswyck. al was hy met zyn tienen, ik geve er toch den bruy ven. knippende op zijn nagel, ik reken hen niet meer als een 1... op den nagel, ik heb de bruy aan de stad Sneeck en die Heeren. Zij meenden dat ik de hoed voor hen zoude afnemen, ik heb daar maar na getast. Dit duurde zoo lange, dat de Heeren de straat uit waren, terwijl de beklaagde tot de omstanders zeide : getuig maar ik sta er voor. Daar werd een rechtzaak van gemaakt, waar in vele getuigen werden gehoord, doch niet de beklaagde zelf, die woonde te Oppenhuigen en dus buiten Sneek. Te oordeelen naar andere vonnissen, zal de predikant tot een boete zijn veroordeeld. Ook kan hij de zaak hebben afgemaakt. Zoo lezen we van een Pyter Ages te Sneek, die een ander een blauw oog had geslagen, dat hij afaccordeerde voor 25 stuivers aan de armen en 14 stuivers boete.

pagina 11.





Homepage | Wie zijn wij? | activiteiten. | Dagboek | Sneek. | Albums | Foto site. | Gastenboek. | Weblog | Genealogie. | Links | Sitemap


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu