Welkom op het Hoogend.

Zoek

Ga naar de inhoudsopgave

20 Vreemde geschiedenis

Verhalen

Een geruchtmakende medaille uit den oude tijd.


Wie had kunnen denken, dat een verdachte zakkenroller, die in 1741 met zijn kameraad de weekmarkt te Hmdeloopen bezocht om er medailles te verkoopen van een Engelsen. Generaal, Vernon genaamd, meer dan ander halve eeuw daarna nog eens aanleiding zou geven tot eene bizondere briefwisseling over de medailles, welke destijds door hem in den handel werden gebracht. Wij hebben er eenige brieven over ontvangen en voor we den hoofdinhoud daarvan mededeelen, wenschen we op te merken, dat er destijds oorlog werd gevoerd in een groot deel van Europa over de erfopvolging in Oostenrijk, waarin zoowel de Engelsehen als de Nederlanders waren betrokken, terwijl Engeland tegelijkertijd een zeeoorlog voerde tegen Spanje.Zoo was het mogelijk, dat Engelsche medailles hier koopers konden vinden en men vergete niet, dat de hier verkochte medailles in Engeland als „misdruk" zullen we maar zeggen, geen waarde hadden, omdat de daarop verheerlijkte inneming van Carthagena tegen verwachting totaal mislukte. De speculanten bleven met die waardelooze eerbewijzen zitten en hebben er toen afnemers voor gezocht in het buitenland. Eerst zal de Londenaar, dia te Hindeloopen vast liep, er mee in Holland hebben gevent en daarop met een partij naar Friesland zijn getrokken. De overtocht van Amsterdam naar de Friesche zeesteden was destijds gemakkelijk en goedkoop. Zelfs Hindeloopen telde onderscheidene veer of damschepen op de tegenwoordige hoofdstad van ons Rijk, die al door viceversa voeren. Zoo ook de Lemmer.Stavoren, Workum enz. Het was een druk verkeer. De zakkenrollers in kwestie moeten destijds nog al eenige medailles aan 't rollen hebben gebracht in den Fr. Zuidwesthoek, te oordeelen naar de berichten, die we ontvangen, juist uit die streken van ons gewest. Zoo een brief uit Workum, waarvan de bezitter van zulk een medaille ons schrijft, dat deze zoo groot is als een gulden en oogenschijnlijk van koper is gemaakt. Er staat een geharnast krijger op afgebeeld, die met zijn rechterhand wijst naar een toren of sterkte, benevens twee schepen en het randschrift: ADM. VER­NON VIEWING TOWN OF CARTAGENA. Anderzijds weer fortificatiën, een haven voorstellende met vijf schepen op den voorgrond, die haar invaren en dit randschrift: THE DESIRO V. THE FORIS OF CARTAGENA. Daaronder April 1741. Van iemand uit Makkum een dito schrijven, maar over een andere medaille. Deze bericht ons dat de zijne het borstbeeld van ADM. VERNON vertoont met het bijschrift: ADM. VERNON TOOK PORTO BELLO. Anderzijds negen kunstig afgebeelde schepen en forten met bijschrift: WITH SIX SHIPS ONLY Nov. 22 1739. Vóór den mislukten aanval op Carthagena had de Admiraal dus zijn sporen reeds verdiend. Ook uit Spanga hebben we bericht ontvangen over een dito medaille. Een derde bezitter in 't Buitenland heeft al weer een andere, ook met de beeltenis van Vernon, maar met dit bijschrift: THE PRESERVER OF HIS COUNTRY en o.a.deze woorden: TOOK CARTHAGENA 1741. Deze medaille is 37 mm.groot. Een vierde bezitter te Bolsward doet geen nadere aanwijzing en een vijfde te Heeg geeft niet alleen een duidelijke beschrijving met teekening van de medaille, aldaar bewaard, maar ook een antwoord op onze vraag, wat spialter zou beteekenen. Daarover later.Over demedaille het volgende. Even vruchteloos als de pogingen van Vernon om Carthagena te veroveren, waren die der Engelsehe regeering om de reeds vóór het beleg in den handel gebrachte gedenkpennin­gen op de overwinning terug te krijgen. Engeland. sloeg daarmede een leelijk figuur. Het moest zich schamen voor heel de wereld. In trotschen overmoed had het den huid verkocht voor de beer gevangen was, die ontkwam. De medaille te Heeg is al weer een andere. Vertaald luidt het randschrift cenerzijds: CARTHAGENA GENOMEN APRIL 1741. In 't midden staat: DON ELASS, waarschijnlijk de naam van den Spaanschen bevelhebber der stad. In beeld ziet men verder de stad boven dien naam en de Engelsehe vloot daar beneden. Anderzijds staan in 't midden twee personen met zwaarden afgebeeld, met het randschrift : ADM. VERNON AND Sr HALONEROGLE, terwijl aan den voet vertaald staat te lezen': WIJ KIJKEN NAAR DON ELASS UIT! en daar kan men bij denken: „Wij zullen hem wel klein krijgen". Maar dat juist liep contrarie uit. Hoogmoed kwam voor den val! Wij kennen de grootspraak dan Engelschen ook uit den Boerenoorlog. Ten slotte willen we nog vermelden wat een handelaar schrijft over deze medailles. In tegenstelling met de Nav., waaruit wij onze wijsheid hadden geput, dat ze zeldzaam waren, bericht hij ons dat dit niet het geval is, wat uit het bovenstaande reeds is gebleken. Hij zegt ze dikwijls te hebben aangetroffen op verkoopingen tusschen oude bronzen en koperen munten en wel ter grootte van een rijksdaalder. Hij kent ze geen bizondere waarde toe, wat niet wegneemt, dat er onder de genoemde exemplaren nog wel een kan zijn, waarin deze of gene verzamelaar van oude munten en penningen belang zou kunnen stellen als ontbrekende aan zijne collectie. Mocht dat het geval zijn, dan kan hij zich wenden tot den Memorie sehrijver van dit Blad, die in een volgend nummer eens zal vertellen wat hem zoo al geschreven werd over: spiaJter. Daarover blijken de geleerden het niet eens te zijn.
Oud-Sneek moet dus even blijven rusten.

pagina 21


Homepage | Wie zijn wij? | activiteiten. | Dagboek | Sneek. | Albums | Foto site. | Gastenboek. | Weblog | Genealogie. | Links | Sitemap


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu