Verhalen
Splalter
Een der laatste no.s. van uw blad bevat onder het stuk „Beurzensnijders" een vraag over de beteekenis van het woord spialter in verband met medailles en oorijzers. Daarop zij geantwoord, dat spialter de benaming is van een gemengd metaal, dat wij kennen als geel koper. Van dit metaal is de medaille van Adm. Vernon geweest, die in 1741 op de weekmarkt te Hďndeloopen werd uitgevent. Voor bet vervaardigen van oorijzers werd spialter geplet in den handel gebracht. Te broos om veel gesmeed te worden, werden deze uit de platen geknipt. Ook de medailles werden er van gemaakt omdat het zich gemakkelijk liet stempelen met de verlangde figuren en letters. Tot zoover de zaakkundige schrijver. Sommige bezitters van Vernonmedailles noemen ook geel koper, doch een ander ver wijst ons naar Thieme's Woordenboek, waar staat: Spialter Piauter (ook peauter) is een mengsel van lood en tin. De briefschrijver van Heeg zegt, dat spialter medailles, medailles van zink waren, met een dun laagje goud overtrokken, en beroept zich op Kramers woordenboek, dat zegt: Spialten of spialterne beteekent zinken. Vreemder nog wordt het geval wanneer men leest in een oud stuk betrekkelijk ; Langweer, van een bruyn spialten jak, vrouwelijk kleedingstuk. Doch hier heeft men spialten en voor medailles en oorijzers staat spialter. Het eerste woord is Friesch en beteekent splijten. Nog spreekt men bij kleedingstukken van een ,, split.'' Beide woorden zijn algemeen bekend. Ook spreekt men wel van spouwen, wat vroeger geschiedde met de zwavelstokken. Maar spialter schijnt geen Friesch en kon wel een Chineesche benaming zijn, en hoe men daaraan komt, dient wel even opgehelderd te worden. Daarvoor moeten we een paar honderd jaren terug. Zoo verwijst een der lezers ons naar de cargo of ladingslijst van twee schepen, de Leyduin en de Voorduyn, in dienst der Oost-Indische Compagnie, welke den 4 Jan.1734 uit Canton vertrokken, den 27 Aug. van dat jaar te Texel zijn binnen gekomen. Behalve ruim 380 duizend paren divers Thee en Goffygoed en ettelijke duizenden stuks andere porceleinen, ziet men op de ladingslijst vermeld dnizende catties thee, als Peeco, Congo, enz. De laatste post der lijst is: ruim 80 duizend catties spialter. Daarmede zal wel geen metaal, maar een soort thee bedoeld zijn, mogelijk ontstaan door menging van twee of meer soorten. Ook kan die thee wel een gemengde, kleur hebben gehad. Het grondbegrip van spialter zal dus menging zijn. Voor 't naast gelooven wij dat het oude spialter, gebruikt voor oorijzers en medailles, een mengsel is geweest, hoofdzakelijk of geheel van rood koper en zink, hoewel het 13e dl. van de Nav. Spialter vertaalt met.zink en verder te lezen geeft, dat het een mengsel is van tin. en geel koper. Reeds tijdens do regeering van Filips de Schoone ziet men het woord genoemd. In oude stukken wordt het koper, denkelijk rood koper,gewoonlijk mesken genoemd, als mesken candelaars. Een onzer lezers deelt ons nog mede, dat zink een bizondere eigenschap heeft en daarom, hoewel voor een zeer miniem gedeelte, nog voorkomt in onze tegenwoordig gouden tientjes, welke daardoor worden behoed gesmolten te worden voor andere doeleinden of m.a.w. aan de circulatie te worden onttrokken. Door dat zink zijn kleur en klank iets minder mooi. dan van de tientjes en ducaten van ouds. Hier ziet men verklaard de enorme hoeveelheden porcelein, welke vooral in die jaren, uit China en Japan naar ons land zijn vervoerd. Opmerkelijk is het, dat thans uit Nederland enorme hoeveelheden aardewerk naar genoemde landen uitgevoerd worden, zij het dan ook van. veel minder fijne kwaliteit.
pagina 22
Submenu: