Welkom op het Hoogend.

Zoek

Ga naar de inhoudsopgave

29 Ruw geweld.

Verhalen

Stelen en ruw geweld.


Werd er vroeger ergens gestolen, dan trok­ken de beroofden er zelf op uit, om de dieven of juister gezegd om de gestolen goederen op te sporen. Een enkele maal zien we ook den dorp­rechter of schoolmeester mede op het pad, doch dit was uitzondering, Wel trokken goede buren er mede op uit; vooral bij de boeren was dit gebruikelijk en goldt het vermiste paarden, dan zijn er voor­beelden, dat ze eerst na twee a drie dagen zoeken, en reizen werden teruggevonden, soms heel in Gelderland, doch dikwijls reeds in de tweede of derde hand. Had men zijn geld of goed of vee terug, dan bekommerde men zich al heel weinig meer over de boosdoeners en liet ze in den regel loopen. Geen Majoor. Executeur of Adsistent te Sneek zien we ooit de stad uittrekken, om een vermoedelijke dief te achterhalen, als hij eenmaal buiten de Poorten is. Dat liet de Justitie over aan de „belang­hebbenden" zelf. Een enkel voorbeeld van 't jaar 1749. 't Is 8 uur in den morgen. Edo Biltius te Sneek zit met zijn gezin in 't agterhuis. Een der huisgenooten meent iets te hooren aan de voordeur, doch gaat er niet heen we­gens „tegensprekinge” Even daarna in 't voorhuis komend, mist het gouden oorijzer met de bovenmuts van de huisvrouw uit de kamer, 't Had daar op tafel gestaan. Bij navraag blijkt spoedig dat er een koop­man met knoopen aan de deur is geweest, gekleed in blauwe kiel, Haring en Edo, de zonen des huizes, informeeren direct aan de diverse Poorten of zulk een persoon met blauwe kiel de stad ook heeft verlaten. Ja, hij is de Noorderpoort uitgegaan, zegt de wachter. Verderop hooren ze, dat hij den weg naar Parrega is ingeslagen. Even voor dit dorp wordt hij ingehaald, zittend aan den weg.
Over en weer is het : goeden morgen. Waarheen ? Naar Workum. De broeders ook, dus kunnen ze mooi samengaan.Te Parrega wordt een half vendeltje jenever gedronken.Na een kort oponthoud gaat het drietal verder.Een half kwartier buiten het dorp zeggen de broeders hun metgezel wat ze op het hart hebben. Kort en bondig. Zij eischen dat de koopman mee naar Sneek terug zal gaan. en hij doet dit gewillig, zeg­gend : dat ze hem vrij mogen visiteeren. Ze gaan samen terug en komen weer in de herberg te Parrega, die ze even te voren hebben. verlaten. Ze drinken, weer een half vendeltje en vinden er twee koekoopers, die ook naar Sneek moeten. Met hun. vijven vertrekken ze en de ver­meende dief blijft kalm onder het geval. Dra komen ze aan de plaats, waar de aangehouden vreemdeling aan den weg heeft gezeten en ziet, daar schopte een der koekopers tegen een hoopje graszoden en van onder die zoden kwam het gouden oorijzer met de muts te voorschijn. De broeders waren zeer verheugd over den teruggevonden schat en lieten den vreemde­ling ongemoeid, die rechtsomkeer maakte. Dat ze eerst te zeven ure dien avond in de stad terugkwamen, doet vermoeden, dat ze onderweg nog al eens hebben gedronken en geklonken met de koekoopers op de geluk­kige vondst. Hier was sprake van jenever. Opgemerkt zij, dat we in dit zelfde jaar 1749 voor het eerst „bittere jenever" vinden, genoemd en wel als middel om de levens­geesten van een flauw geworden zuigeling op te wekken door het kindje dit vocht onder den neus en over het hart te wrijven, met goeden uitslag, hoewel het later toch. nog is bezweken, Warm bier werd destijds gebruikt tegen hoest en heeschheid en fijn gestampte tabaks­pijpen werden aanbevolen als middel tegen buikloop.

Ruw geweld.
In 1747 lagen te Sneek twee compagnieën soldaten. De inwoners hadden veel last van de militairen. Een enkel staaltje, dat spreekt. Den 4 April van gemeld jaar bevond zich op de bovenzaal van 't Hooghuis bïj Dirk Eylarts veel volk. Daaronder ook de ruiters Jan van Bokhoven en Doris Dinkskens. Ze maakten ruzie, wilden vechten en trokken; de pallast uit de scheede, waarmede ze geweldig om zich heen sloegen. Een vierde ruiter, Albert Kok, ageerde met het blote mes. Vroedsman Fleersma van IJlst, tevens gecommitteerde ten Landsdage, werd spoedig zwaar verwond en al de bezoekers zochten om een heenkomen.Velen vluchtten door de ramen en ruiten, terwijl er wel vijftig personen op en door elkander onder aan de trappen kwamen te liggen, waaronder een priester die voor dood werd opgenomen. De ruiters zullen voor den militairen rechter zijn verschenen. Hun vonnis hebben we niet gevonden.

pagina 30





Homepage | Wie zijn wij? | activiteiten. | Dagboek | Sneek. | Albums | Foto site. | Gastenboek. | Weblog | Genealogie. | Links | Sitemap


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu