Welkom op het Hoogend.

Zoek

Ga naar de inhoudsopgave

31 Zeden.

Verhalen

Zeden van die tijd.

Kenschetsend voor de zeden van dien tijd is het volgende stukje, gedateerd 28 April 1703. . 't Was vrij laat in den avond dat er geklopt werd aan 't keukenvenster bij den Fiscaal Van der Uil, dien we als openbaar aanklager van geen gunstige zijde hebben leeren kennen in de zaak van den marktmeester Antoni Spar. De Fiscaal was niet thuis en Hendrikje de meid had bezoek van vrienden en vriendin­nen, 't Schijnt daar een vroolijken aanzet te zijn geweest, een zoogenaamde „jounpraterij". Na herhaald kloppen van buiten werd van binnen gevraagd: wie is er? Ik ben het, is het wederwoord, doe maar open. Die „ik" was een korenmolenaarsknecht en hij werd binnen gelaten. Doch spoedig volg­den meer andere jongelingen. Het werd er dra rumoerig en zooals het dikwijls gaat in zulke omstandigheden, raakten de jongelui aan 't stoeien. Het geheele theerak met al wat er op was viel plotseling omver en de vloer lag als, be­zaaid met de scherven van oud porcelein en fijn geslepen glazen. Onder de gebroken voorwerpen worden bij name genoemd een glaasje met elixer, een flesch witte peper en een flesch met medici­nale oly. 't Zag er kwaad uit. Allen waren ontzet, sommigen verlegen. Daaronder het dienst­meisje van den Fiscaal en de dader Teake, toegenaamd Byske. Maak mij niet ongelukkig, riep hij, toen hij de schade hoorde begrooten op wel twintig gulden. Eerst had bij gezegd, die wel te wil­len vergoeden, doch toen hij die som had ge­hoord 't geld was toen veel meer waard' dan nu wist hij beter raad. „Laten we de deur op het kier zetten, het venster openen en het verder zoo aanleggen, dat dieven de schuld krijgen," stelde Teake' voor. Anderen opperden daartegen bezwaren en de groote meerderheid stemde tegen. Klimmend werd Teake's angst en hij stelde nu voor „dat Hendrikje als de Fiacaal thuis kwam voor dezen op de knieën zou vallen eu hem met gevouwen handen vergiffenis smeeken."Ook dit voorstel vond geen genoegzamen bijval en steun.Toen ontspon zich onder de indringers of „struenders" een hevige twist, die eindigde met een geweldige vechtpartij. Wij weten niet hoe 't verder is gegaan, omdat de excesboeken, waarin de vonnissen geboekt staan, ontbreken. . Vermoedelijk zal Teake veroordeeld zijn tot eenige guldens boete en bovendien tot eenige dagen opsluiting op water en brood, met handen en voeten in banden of boeien. Fedde Edema, silversmid te Sneek, getuigt van een Jan Hendriks uit Groeningerland, dat deze den l Febr. 1716 bij hem in den winkel kwam om „een silveren beugelhaeck ende gou­den rïngf" op order van den ontvanger Walters tot Woldsend, wiens dochter 's anderen daags" in 't houwelijck soude treden met een zoon van Jouke Jetzes tot Heegh. Edema geloofde Jan en gaf hem het ge­vraagde mede, benevens een vriendelijk briefje met groeten en gelukwenschen, doch spoedig bleek dat genoemde Hendriks verkeering had met een dochter van den kastelein Mathijs te Langweer en dat hij de kostbaarheden had bestemd tot een „Bruitstuck" voor zijn eigen meisje. Voor zich zelf had hij op gelijke wijze een hoed met hoedenkas gekregen, die bij de trouwplechtigheid moeste dienen. Jan logeerde bij Keyert in 't Hooghuis en maakte aldaar goede sier, doch het bedrog kwam spoedig uit. Edema reisde zelf naar Langweer, kreeg het „Bruitstuck" aldaar terug en Jan Hendriks werd als oplichter in verzekerde bewaring gesteld. Het bleek dra dat hij zich elders aan de­zelfde oplichterijen had schuldig gemaakt.

Dit waren ze dan Vluchtige kijkjes
in 't Verleden der Stad Sneek.
ik hoop dat u ze met plezier
heeft gelezen.


Naar oude verhalen.



Homepage | Wie zijn wij? | activiteiten. | Dagboek | Sneek. | Albums | Foto site. | Gastenboek. | Weblog | Genealogie. | Links | Sitemap


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu