Verhalen
Persoonsnamen.
Wij zullen ditmaal eens spreken over de persoonsnamen, welke voorkomen in de officieele stukken van dien tijd. De meeste bewoners van Sneek voerden omstreeks 1700 nog geen familienaam, hoewel deze in de steden veel talrijker voorkomen, dan ten platten lande, waar ze nog tot de uitzonderingen behoorden. Vele menechen werden destijds benoemd naar hun beroep of bedrijf, als Pieter Schoenmaker, Klaas Turfmeter, Jan Wever, Jds Portier enz. Jan, Piet en Klaas en dergelijke veel voorkomende namen maakten die onderscheiding noodzakelijk. Hoe algemeener d« voornamen, hoe grooter de kans, dat er beroepsnamen werden bijgevoegd, die soms op de kinderen overgingen en in later tijd tot „echte vannen" zijn geworden, Kuiper, Molenaar, Bakker, enz. behooren tot deze rubriek, Anderen werden benoemd naar hunne plaats van herkomst, als Albert Pieters Elselo, Dr. Henricus ran Ophuizen, Lammert Oldenseel, herbergier in 's Lands Welvaren, Cornelis Jans Mildammius, Jan Bercoop, Willem IJlst. Dit aantal is betrekkelijk groot. Namen als Hagius, Rauwerda, Hoogenbrugge zijn op dezelfde wijze ontstaan. Sommigen zullen de dragers zelf hebben aangenomen, doch veeltijds werden ze gegeven. Zoo vinden we ook enkele namen welke de dragers zeker aan hunne reizen hebben te danken gehad als Hendrik van Spanje, Johannes Livorno en Albert Afrikaan, welke als bijnamen geboekt staan. Wij treffen ook personen aan die meer dan één toenaam dragen. Zoo wordt Johannes Dirks Schuyt, herbergier in de Son, ook wel Johanncs Dirks Ruyter geheeten. Hij is stellig zoowel Schuitevoerder als Ruiter geweest. Dan had men, behalve de reeds genoemde, tal van bijnamen, als .Jelle Prik, Jan Noordewijn, Sietze Brijpot, Auke Polle, Age Bolsop, Hendrik Smodske, Pier Merje, Jochem Sjochi, Geale Boender en zoovele meer. In die scheldnamen deelden ook de vrouwen, steeds in ongunstige beteekenis. In 't gemeen valt op te merken dat al de personen, die een ambt of betrekking bekleeden, die gestudeerd hebben of in hooger aanzien staan, reeds een familienaam voeren. Zoo b.v. de Burgemeesters Oege Keimpema, Edo Frieswijck, Willem de Graaf, Claes van der Meer, zoo de vroedmannen Age Looxsma, Sake Nauta, enz,, zoo de Commissarissen Siebren Oosterbaan en Hendrik Minnema; de Opzichters of Bouwmeesters Jacob Feddes Feddema, en Jacob Johannes Boorsma; de Notarissen publiques Abraham Ferf en Arnoldus Siderius; de Doktoren Martimis Oniedes en Wijbrandus Piebenga.; de Predikanten Ds. Petrus Vogelsang, Flud van Giffen en Hansma. Ludolfus Bouma vinden we als Apotheker, Pompejus Reynalda als Procureur, Dr. August Sloterdijck als Secretaris, Haringsma en Vegelin als Capiteins en Alef Nijeholt en Broer Buma, als Adelborsten vermeld. Onder de in dezen tijd nog bekende namen, welke voor twee eeuwen in de stad Sneek voorkwamen, noemen we Otto Otma, Siebren Staatstra, herb. in 't Hooghuis, Eeltje Nappius of Napjus, Hopman: Hermamus Hamersma, Wolkammer; T]ebbe Rodenhuis; Bauke Haanstra, Stooker; Taco Wielsma, Boekvercoper en Cornelis Wielsma, Stoffel Roukema en Fransiscus Bruna, beiden werkzaam aan de Latijnsche schole; JanHanzon, Linnenwever; Frans Sjaarda Silversmid. enz. De toenaam Loer., die voorkomt, is vrij zeker ontleend aan Laan en Borneus aan Boorne, het dorp of de rivier van dien naam. Vermoedelijk aan Fransche refugés, die in ons vrije land, wegens vervolging in eigen vaderland, .een veilig toevluchtsoord vonden, herinneren namen alsHamïlton, Haubois. Noyon, Lafleur; Lobé en m. a. Men weet toch dat wegens de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 tusschen 4 en 5 maal honderd duizend Protestanten voor een groot deel de vlucht hebben genomen naar ons land en dat velen zich destijds in het Zuidwesten van onze provincie hebben gevestigd, o.a. te Ruigahuizen in Gaasterland. Meerendeels waren het nijvere en welvarende burgers en nog vindt men vele afstammelingen van deze refugés in ons land. Mede van vreemde afkomst zijn namen als Juhannes de Grande, med. Dr.; Balster 0ldendorp. seemleerbereider; Beern. Posselman, enz.
pagina 8
Submenu: